Eerst apart, dan samen
Een nieuwe combinatie laat u eerst een paar weken apart uit. U leert dan hoe elke hond aan de lijn loopt en u traint iets wat u later samen nodig hebt. Wie meteen met twee begint, traint niets en beheerst alleen - en dat wreekt zich bij het eerste konijn.
Twee losse lijnen of een koppellijn
Twee losse lijnen geven de meeste controle en de meeste kans op knopen. Een koppellijn - één lijn die in tweeën splitst - houdt de honden bij elkaar en is prettig als ze even hard lopen, maar bij een verschil in tempo trekt de een de ander scheef. Voor honden van verschillend formaat is dat geen goede keuze.
Vaste posities
Geef elke hond een vaste kant en houd die aan. Honden wennen daar snel aan en het scheelt het overgrote deel van de knopen. Loopt er één harder, zet die dan aan de kant van uw dominante hand, zodat u kunt bijsturen zonder om te draaien.
Een riem om het middel
Een heupriem met twee lijnen houdt uw handen vrij en verdeelt de kracht over uw lichaam in plaats van uw pols. Prettig bij twee rustige honden; ongeschikt bij een hond die plotseling hard trekt, want dan bent u letterlijk vastgemaakt aan een probleem dat u niet kunt loslaten.
Terugroepen in een groep
Los lopen met meerdere honden vraagt dat ze alle drie apart terugkomen, want in een groep versterken ze elkaar: één hond die achter iets aan gaat, neemt de rest mee. Oefen daarom eerst individueel op een omheind terrein, en laat pas los als u zeker weet dat iedereen zonder de anderen terugkomt.
Routes en tijden
Kies in het begin rustige routes met weinig tegenliggers. Wie met drie honden een druk park doorkruist, is de hele wandeling aan het beheren en niemand heeft er iets aan. Vroeg of laat op de dag is het rustiger en dan kunnen de honden meer zichzelf zijn.
Wanneer u splitst
Als één hond veel meer beweging nodig heeft, als er een revalideert, of als de wandeling structureel geen plezier meer is. Twee kortere rondes met twee honden zijn beter dan één lange met drie waarin u de hele tijd corrigeert. Dat kost tijd, maar het is eerlijk verdeeld.
Poepzakjes en praktijk
Met drie honden hebt u drie keer zoveel zakjes nodig en vaak twee handen tekort. Een riem met een ingebouwd zakjeshouder, of een tas om de schouder, maakt van een dagelijkse frustratie een niet-onderwerp.
Materiaal dat het verschil maakt
Een tuig in plaats van een halsband verdeelt de kracht en voorkomt schade aan de nek bij een hond die uitschiet. Lijnen van verschillende kleur helpen u in een oogopslag zien welke lijn bij welke hond hoort - klinkt onnozel, werkt uitstekend zodra u met drie honden staat.
Als u iemand tegenkomt
Met meerdere honden is uitwijken lastiger. Ga op tijd naar de kant, zet de honden aan één zijde en laat de tegenligger passeren in plaats van te proberen elkaar te kruisen op een smal pad. Andere hondeneigenaren waarderen dat, en het voorkomt de meeste spannende momenten onderweg.


